Vragen stellen voor je levensverhaal - Mijn Monumentjes

Vragen stellen voor je levensverhaal

Bij het schrijven van je levensverhaal komt altijd wel wat research kijken. Niet alles is even goed in je geheugen blijven hangen. Sommige dingen heb je niet eens meegemaakt, maar moeten wel een plekje in jouw verhaal krijgen. Dan kan het erg verhelderend zijn eens in gesprek te gaan met anderen. Om zoveel mogelijk uit deze gesprekken te halen bespreek ik in dit blog twee punten:

  1. Waar moet je op letten bij het voeren van gesprekken?
  2. Welke vragen kun je stellen? 

1) Waar moet je op letten bij het voeren van gesprekken?

– Weet heel goed wat het doel van je gesprek is: meer informatie krijgen. Dat betekent dat de ander dingen kan zeggen waar jij misschien heel anders over denkt of die jij heel anders onthouden hebt. Het is prima om het daar dan nog eens over te hebben, maar niet in dit gesprek, want nu gaat het je om het verzamelen van informatie

– Vertel de ander ook wat jouw doel is, zodat hij/zij ook begrijpt waar je mee bezig bent

– Bedenk hoe je het gesprek wilt vastleggen: schrijf je mee, neem je het op? Vraag de ander of hij/zij het goed vindt dat je het gesprek vastlegt

– Bereid je voor: bedenk waar je meer informatie over wilt en bedenk vragen die je daarover kunt stellen. Als je inschat dat de ander het onderwerp lastig zal vinden, bereid de ander dan ook voor door b.v. de vragen van tevoren op te sturen

– Bepaal van tevoren hoe lang je het gesprek wilt laten duren. Dit is vooral belangrijk als je weet dat je het over wat meer beladen onderwerpen gaat hebben. Laat zo’n gesprek niet te lang duren, anderhalf à twee uur is echt genoeg, daarna hebben zowel jij als de ander weer even ‘oplaadtijd’ nodig. Zorg ervoor dat de ander ook weet hoe lang het gesprek gaat duren, dan kun je elkaar hier aan houden

– Realiseer je dat de ander op sommige vragen misschien geen antwoord kan/wil geven en respecteer dit ook

– Het kan enorm helpen om voorwerpen/foto’s mee te nemen naar het gesprek, je gesprekspartner kan zo op onderwerpen komen die jij over het hoofd gezien hebt

– Houd er rekening mee dat de ander ook vragen aan jou kan hebben, dat je misschien dezelfde vragen terug krijgt. Denk daarom van tevoren ook na over wat jij weet/vindt van het onderwerp

2) Welke vragen stel je?

Vragen kun je grofweg in 2 categorieën opdelen: vragen naar feiten en vragen naar achtergronden. Het is goed om deze beide categorieën af te wisselen in een gesprek.

Vragen naar feiten:

Dit zijn vragen die het beste te stellen zijn met behulp van vraagwoorden:
Wie?
Wat?
Waar?
Wanneer?
Hoe?
Hoe lang?
Welke?

Voor dit soort vragen kun je heel goed gebruik maken van foto’s en voorwerpen.

Vragen naar achtergronden:
Hiermee bedoel ik alles wat in een diepere laag onder het antwoord ligt. Stel je vraagt naar een gewoonte van vroeger, b.v. dat jij en je broers en zussen één keer in de week gingen baden in de wasteil en dat dit op volgorde van oud naar jong ging, waardoor het water bij de jongste al niet heel schoon en warm meer was.
Je kunt dan vragen naar de feiten: hoe ging dit precies? Maar je vraagt ook door: wat vond je daarvan? Hoe voelde dat water? Hoe kijk je daar nu tegenaan?

Vragen naar achtergronden zijn dus vragen waarmee je doorvraagt. Dit soort vragen zijn per definitie open vragen: je geeft je gesprekspartner alle gelegenheid zijn/haar eigen antwoorden te geven, zonder hierbij al door de vraag gestuurd te worden.

Doorvragen kan op verschillende manieren en met verschillende redenen:

– Je wilt verheldering. Om zeker te weten dat je de ander goed begrepen hebt vraag je om nog meer duidelijkheid. Dit doe je met vragen als:

Kun je daar nog iets meer over vertellen?
Hoe moet ik me dat precies voorstellen?
Bedoel je dat…?
Begrijp ik nu goed dat…?

– Je wilt meer weten over de gevoelens van de ander. Dit kan met vragen als:

Hoe voelde dat voor jou?
Wat vond jij daarvan?
Wat deed dat met jou?
Wat vond jij daar zo moeilijk/leuk/fijn/verdrietig/… aan?

– Je wilt meer weten over de mening/keuzes van de ander. Dit kan met vragen als:

Wat heb je daarvan geleerd?
Wat wil je hierover tegen anderen zeggen?
Wat betekent dat voor jou?
Hoe heeft jou dat beïnvloed?

– Je wilt meer weten over de beleving van de ander. Dit kan door te vragen naar zintuiglijke ervaringen:

Wat voelde/hoorde/rook/zag/proefde je?
Beschrijf eens hoe dat eruit zag/rook/klonk/smaakte/voelde?

Voor al deze open vragen geldt: denk niet te snel dat je het begrepen hebt. Vraag door tot je zeker weet dat je het snapt. Vat ook antwoorden samen en vraag dan of het zo klopt wat je zegt.
Vaak komt een gesprek ook goed op gang als je in halve zinnen praat, b.v.: ‘Dus dan ging jij…?’ of: ‘En daarna…?’ De ander vult de zin dan aan en wordt zo aangemoedigd verder te vertellen.

In de wereld van de communicatie wordt vaak deze aanwijzing gegeven voor een goed gesprek: Wees een OEN, gebruik LSD en laat OMA thuis.

Waarmee bedoeld wordt: wees Open, Eerlijk en Nieuwsgierig, Luister, vat Samen en vraag Door en geef geen Oordelen, Meningen en Adviezen.

Ik denk dat je hier ook veel aan hebt voor een goed gesprek met bijvoorbeeld een familielid. Ik wens je mooie gesprekken toe!


Meer artikelen lezen zoals dit? Abonneer je dan op mijn wekelijkse blog: iedere maandag om 10 uur ontvang je een mail met inspirerende inhoud rond het schrijven van je levensverhaal

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Cookie instellingen

Deze website maakt gebruik van functionele en analytische cookies, die noodzakelijk zijn om deze site zo goed mogelijk te laten functioneren. Hieronder kan je aangeven welke andere soorten cookies je wilt accepteren.

Privacybeleid | Sluiten
Instellingen
Scroll naar top

Geïnspireerd worden bij het schrijven van je levensverhaal?

Schrijf je in voor mijn wekelijkse blog en ontvang de Checklist Levensverhaal Schrijven als welkomstcadeautje!
Klik op de knop voor meer informatie